Wolfke - Mariska Overman


Holly’s moeder brengt ‘een geheim van anderhalve meter met voetjes’ naar hun villa in het bos. Het wordt opgesloten op zolder en ondanks het verbod van haar moeder gaat Holly op onderzoek uit. Het blijkt om een meisje met gele ogen te gaan en Holly noemt haar Wolfke. Ze maakt contact met haar via tekeningen en zo leert ze Wolfke steeds beter kennen. Als de dorpsbewoners lucht krijgen dat er een zogenaamd wolvenkind in de villa is wordt het huis belaagd. Holly besluit om samen met haar beste vriend Oskar Wolfke te helpen ontsnappen.

Mariska Overman won met haar eerste kinderboek De zomer die alles was een Zilveren Griffel en zette zichzelf daarmee stevig op de kaart als kinderboekenschrijfster. Haar tweede boek, Duizend stukjes overal werd ook goed ontvangen en nu is er dan haar derde boek Wolfke. In tegenstelling tot haar twee eerdere boeken is rouwverwerking hierin geen hoofdthema, al komt het er we in voor. Holly praat namelijk regelmatig tegen de urn waarin de as van haar overleden vader zit en ook spelen herinneringen aan haar vader een rol.
Het verhaal wordt chronologisch verteld met tussendoor een aantal flashbacks die de lezer voorzien van essentiële informatie, bijvoorbeeld waar Wolfke vandaan komt en hoe Holly bevriend raakte met Oskar. Die flashbacks zijn uitgebreid en onderbreken het lopende verhaal, wat stilistisch gezien niet de mooiste oplossing is. Het verhaal kent vier delen: Het meisje, De meute, De vlucht en Het einde. De grote lijn van het verhaal is daarmee duidelijk en verrast niet. De kracht van het boek ligt in de manier waarop Overman schrijft. Haar stijl is filosofisch en dat zien we vooral terug in de gedachten van Holly. Zo vraagt Holly zich af wanneer toeval geen toeval meer is en probeert ze te begrijpen wat het betekent om naar je hart te luisteren. Het is duidelijk dat Holly problemen op school heeft gehad en daardoor nu thuis les krijgt en dat haar moeder vindt dat ze minder moet tekenen en beter moet leren. Dit thema wordt in het verhaal summier uitgewerkt en had wel wat meer aandacht verdiend. Wel wordt duidelijk dat tekenen voor Holly een noodzaak is.
Een leuk personage in het boek is Holly’s vriend Oskar. Hij is altijd gekleed in soldatenkleding en klaar voor de toekomst, zelfs voor een zombieaanval. Waarom dat zo is blijft vaag. Als Holly haar vriend om hulp vraagt komt het erop aan en moet Oskar laten zien wat hij waard is.
Het verhaal heeft ook duidelijk een maatschappelijk element, vooral in de beschrijving van de reacties van ‘de meute’ op het vreemde meisje. Bij aanvang van het verhaal (‘in een land dat overal bestaat’) en in de afsluiting ervan geeft Overman duidelijk aan dat dit verhaal ‘iets belangrijks kan vertellen’. Om hierover in gesprek te komen zijn er ‘vragen om over na te denken of met elkaar over te praten’ achter in het boek opgenomen.

Wolfke
Mariska Overman met illustraties van Harmen van Straaten
Kluitman, 2026