2 tot 4 jaar
Drie stapelverhalen voor peuters en kleuters
Stapelverhalen komen veel voor in de jeugdliteratuur en ze zijn vooral geliefd bij peuters en kleuters. In een stapelverhaal is altijd sprake van herhalende zinnen en/of situaties en dat is voor de jonge lezer een lekker houvast. Ze zijn immers nog niet zo bedreven in het doorgronden van een verhaalstructuur. De herhaling geeft een prettige voorspelbaarheid die in een goed stapelboek speels wordt toegepast. Letterlijke herhaling zal snel vervelen, zeker voor de voorlezer, maar een herhaling met kleine variaties en ondersteunt met fijne illustraties houdt de aandacht vast.
In deze recensie bespreek ik drie stapelverhalen: Het water is op van Joeri Slegers, Ik wil een giraf van Marieke Hooff en Mijn mama heeft geen slurf van Julia Donaldson.
Het water is op is een stapelverhaal met een interactief element. Het begint bij Olifant en Vos die in bad willen. Maar er komt geen water uit de kraan. Vos en Olifant bestuderen de slangen en buizen die op de grond liggen en besluiten die een voor een te volgen op zoek naar het probleem. Het herhalende element zit in de keuze welke buis/slang ze gaan volgen: de gladde gele buis, de paarse kronkelbuis of de lichtblauwe buis met plakband. Iedere buis brengt ze bij een ander dier, dat vervolgens mee gaat op zoek naar het begin van de volgende buis. Uiteindelijk wordt de oorzaak ontdekt en eindigt het verhaal in een vrolijk bad voor iedereen.
De buizen/slangen zijn onderaan de bladzijden getekend en kunnen ook door de lezer gevolgd worden. Op de volgende bladzijde is dan te zien waar de buis/slang naartoe leidt, bijvoorbeeld naar een flamingo die in de knoop is geraakt met de paarse krinkelbuis of een egel die de gaatjes in de donkerblauwe buis keurig dichtplakt. De tekst is ritmisch en mooi van taal, alleen is het wel verwarrend dat het begrip buis en slang als synoniem wordt gebruikt.
Het water is op
Joeri Slegers
De eenhoorn, 2026
Ik wil een giraf is een stapelverhaal met een veelgebruikt thema. Een kind vraag om verschillende huisdieren die om verschillende redenen steeds door de ouders wordt afgewezen. Zo heeft een giraf een te lange nek en past daarom niet in de woonkamer, een nijlpaard kan niet door de voordeur omdat hij zo’n dikke bibs heef en een miereneters zuigt je legoblokjes op. De lol van het verhaal zit in de originele huisdieren die het kind graag wil hebben en dat is dan gelijk een manier om de jonge lezer kennis te laten maken met minder bekende diersoorten. Soms is de afwijzing wat ver gezocht, bijvoorbeeld bij de wombat. Dit zou geen geschikt huisdier zijn omdat het (en dat is echt waar) vierkanten keutels poept die je op zou moeten stapelen en een capibara wil je niet in huis omdat ze boven op de piano kunnen gaan zitten die dan in stukken breekt. De illustraties laten zien wat er mis kan gaan met het gewenste dier en dat zijn vaak grappige tekeningen. Natuurlijk wordt uiteindelijk het ideale huisdier gevonden.
Ik wil een giraf is een stapelverhaal met een veelgebruikt thema. Een kind vraag om verschillende huisdieren die om verschillende redenen steeds door de ouders wordt afgewezen. Zo heeft een giraf een te lange nek en past daarom niet in de woonkamer, een nijlpaard kan niet door de voordeur omdat hij zo’n dikke bibs heef en een miereneters zuigt je legoblokjes op. De lol van het verhaal zit in de originele huisdieren die het kind graag wil hebben en dat is dan gelijk een manier om de jonge lezer kennis te laten maken met minder bekende diersoorten. Soms is de afwijzing wat ver gezocht, bijvoorbeeld bij de wombat. Dit zou geen geschikt huisdier zijn omdat het (en dat is echt waar) vierkanten keutels poept die je op zou moeten stapelen en een capibara wil je niet in huis omdat ze boven op de piano kunnen gaan zitten die dan in stukken breekt. De illustraties laten zien wat er mis kan gaan met het gewenste dier en dat zijn vaak grappige tekeningen. Natuurlijk wordt uiteindelijk het ideale huisdier gevonden.
Ik wil een giraf!
Marieke van Hooff met illustraties van Evi Radoes
De eenhoorn, 2026
Mijn mama heeft geen slurf, oorspronkelijk uitgegeven in 2020 is nu verkrijgbaar in een stevig kartonnen uitgave. Het verhaal gaat over een aapje dat zijn moeder kwijt is. Een vlinder probeert hem te helpen. Zij luistert goed naar de aanwijzingen die het aapje geeft: zijn mama is groot, ze heeft een grijpstaart met een krul erin, ze heeft benen, ze houdt van sappig fruit en ze springt met groot gemak van tak naar tak. Toch brengt de vlinder het aapje steeds bij het verkeerde dier. Pas als het aapje zegt dat zijn mama op hem lijkt (wat de vlinder verrast, want haar kinderen lijken helemaal niet op haar) komen ze verder.
De rijmende tekst is geweldig vertaald door Bette Westera en een feest om voor te lezen. Iedere keer geeft het aapje nieuwe aanwijzingen, die ook kloppen en iedere keer vindt de vlinder een mama die aan de omschrijving voldoet, maar toch niet de mama van het aapje is. Groot pluspunt van dit boek is het prachtige ritmische taalspel in combinatie met de kleurrijke tekeningen. Bijvoorbeeld als het aapje uitroept dat zijn mama geen slurf heeft en geen grote grijze oren en ook niet dik is dan zie je op de illustratie een olifant die wel aan de omschrijving voldoet, maar toch echt geen aap is. Ook de gezichtsuitdrukkingen van de hoofdpersonen zijn goed getroffen. Het aapje blijft vrolijk en heeft er zichtbaar vertrouwen in dat het goed komt. De vlinder kijkt wat bedenkelijker, want het is een ingewikkelde puzzel die zij moet oplossen.
Mijn mama heeft geen slurf
Julia Donaldson met tillustraties van Axel Scheffler, vertaald door Bette Westera
Lemniscaat, 2026
Mijn mama heeft geen slurf, oorspronkelijk uitgegeven in 2020 is nu verkrijgbaar in een stevig kartonnen uitgave. Het verhaal gaat over een aapje dat zijn moeder kwijt is. Een vlinder probeert hem te helpen. Zij luistert goed naar de aanwijzingen die het aapje geeft: zijn mama is groot, ze heeft een grijpstaart met een krul erin, ze heeft benen, ze houdt van sappig fruit en ze springt met groot gemak van tak naar tak. Toch brengt de vlinder het aapje steeds bij het verkeerde dier. Pas als het aapje zegt dat zijn mama op hem lijkt (wat de vlinder verrast, want haar kinderen lijken helemaal niet op haar) komen ze verder.
De rijmende tekst is geweldig vertaald door Bette Westera en een feest om voor te lezen. Iedere keer geeft het aapje nieuwe aanwijzingen, die ook kloppen en iedere keer vindt de vlinder een mama die aan de omschrijving voldoet, maar toch niet de mama van het aapje is. Groot pluspunt van dit boek is het prachtige ritmische taalspel in combinatie met de kleurrijke tekeningen. Bijvoorbeeld als het aapje uitroept dat zijn mama geen slurf heeft en geen grote grijze oren en ook niet dik is dan zie je op de illustratie een olifant die wel aan de omschrijving voldoet, maar toch echt geen aap is. Ook de gezichtsuitdrukkingen van de hoofdpersonen zijn goed getroffen. Het aapje blijft vrolijk en heeft er zichtbaar vertrouwen in dat het goed komt. De vlinder kijkt wat bedenkelijker, want het is een ingewikkelde puzzel die zij moet oplossen.
Mijn mama heeft geen slurf
Julia Donaldson met tillustraties van Axel Scheffler, vertaald door Bette Westera
Lemniscaat, 2026



