Het Bamboemeisje - Edward van de Vendel


Eens in de zoveel tijd maken Mattias De Leeuw en Edward van de Vendel samen een boek. Deze keer kozen ze voor een dik sprookjesboek. Ze lieten zich hiervoor inspireren door een oud Japans volksverhaal.
Het verhaal begint op de maan en we zien hoe een meisje gekleed in het groen zoete koeken klaar zet, een groot glas blauwe limonade inschenkt en dan plaats neemt achter een verrekijker die ze richt op dat ‘ene plekje’. Dat plekje is Oi ‘een klein lapje land in Japan, waar goede mensen woonden’.
In Oi woont een oude bamboesnijder met zijn vrouw. Het echtpaar heeft geen kinderen en dat is voor hen een groot verdriet. Op een dag als de bamboesnijder aan het werk gaat hoort hij ineens ‘Jie’ en hij vindt een meisje van zo’n centimeter of elf  gekleed ‘in een prachtig blauw jakje’. De bamboesnijder en zijn vrouw nemen het meisje liefdevol op en ze groeit uit tot een mooie vrouw die van de mannen die haar begeren de naam Nayotake no Kaguya-hime krijgt: De Stralende Prinses Van Het Soepele Bamboe. Jie is echter terughoudend wat het aangaan van een huwelijk betreft. Wie haar wil trouwen moet eerst de taak volbrengen die zij hem opdraagt. Vijf op het oog begeerlijke mannen vallen daardoor af. En dan staat er ineens een jongen in de tuin, een jongen die haar hart laat zweven en die naar Jie kijkt ‘alsof hij wilde zingen’. Toch kan Jie niet met hem trouwen, ze is namelijk niet van deze wereld.

Het verhaal over Jie wordt regelmatig kort onderbroken. De schrijver neemt de lezer dan mee naar het meisje in het groen dat door de kijker het leven van Jie volgt. Het is duidelijk dat het tijdsverloop bij dit meisje anders is: terwijl Jie volwassen wordt en haar ouders steeds ouder, eet het meisje op de maan haar zoete koeken en drinkt haar glas leeg. Dat vreemde meisje op de maan geeft het verhaal een interessante lading. Lang blijft onduidelijk wie ze is. Daar komt bij dat de stukjes over dit meisje in de tweede persoon zijn geschreven, de zogenaamde jij-vorm. Het lijkt daardoor alsof de lezer rechtstreeks wordt aangesproken. Dat werkt vervreemdend, want enerzijds deelt de lezer met het meisje op de maan de tijdsdimensie (ook de lezer kan in het tijdsbestek van een glas limonade en een paar koeken het verhaal over het leven van Jie volgen), maar anderzijds is de lezer geen deel van het verhaal en dat is het meisje op de maan wel.
Het grootste deel van de tekst beslaat het verhaal over Jie. Van de Vendel schrijft in po√ętische taal vol met goedgekozen woorden en doordachte verhaalwendingen die een diepere laag aan de tekst geven. Er zitten mooie herhalingen in en er zijn woorden, zinnen en beelden die uitnodigen om nog eens over na te denken. Daarmee is dit boek niet zomaar een sprookjesboek, maar meer een vertelling gebaseerd op een sprookje.

Het dikke boek is voornamelijk gevuld met de schitterende illustraties van De Leeuw. Hij liet zich inspireren door de Japanse schilderkunst, die goed past bij De Leeuws beweeglijke tekenstijl. Het kleurgebruik speelt een belangrijke rol in verhaal evenals de natuur en daar maakt De Leeuw dankbaar gebruik van. Prachtig zijn de landschapstekeningen en ook het laten domineren van de kleuren groen en blauw, die in het verhaal zo’n belangrijke rol spelen, geeft de illustraties veel sfeer. Iedere pagina is een kunstwerk.

Het bamboemeisje is een mooi geschreven verhaal waar veel in te ontdekken valt. Dat geldt ook voor de prachtige illustraties. Een boek om te koesteren.

Het Bamboemeisje
Edward van de Vendel met illustraties van Mattias De Leeuw
Querido, 2021