Bommel en ik - Enne Koens


‘De lucht is koud en prikt in mijn neus. Ik ren.
Het gras schiet onder me door. Ik ga hard, zo hard. De roze kussentjes onder mijn poten stuiteren tegen het asfalt. Sneller. Sneller. Woehoe! Kom op Bommel, je kunt harder. Mijn tong slingert uit mijn bek en mijn oren wapperen in de wind. De haren voor mijn ogen waaien op, zodat ik opeens iets kan zien. Wiehaa!'


Bijna achtjarige Yuki is regelmatig een hond in het diepst van haar gedachten. Het begon als een spel waarin beste vriend Sem en Yuki hondje speelde. Sem was dan Boef en Yuki was Bommel. De laatste tijd lijkt Sem het spel minder leuk te vinden. Dat is niet de enige verandering waar Yuki mee te maken krijgt. Nu ze in groep 4 zit wordt er meer van haar verwacht. Yuki heeft daar moeite mee. Ze is niet goed in stil zitten en ook de sommen die ze moet maken vindt ze erg lastig.
Op een dag gaat het mis op school als de klas heel druk is en Yuki niet goed begrijpt waarom. Ze denkt te helpen door iets van klasgenoot Ila af te pakken. Alleen doet ze dat niet als Yuki, maar als Bommel en daarbij heeft ze Ila gebeten. De meester is boos en wil met haar ouders praten. Ook Sem is woedend.

Enne Koens schetst in dit boek een innemend portret van een fantasievol meisje dat (nog) niet klaar is om zich te voegen naar de verwachtingen die op school aan haar gesteld worden. Waar je als kleuter nog volop in je spel op mocht gaan, wordt dat nu raar gevonden. Het spel hondje is dan ook een geheim tussen Sem en Yuki. Sem is echter steeds meer met andere dingen bezig, zoals zijn gevoelens voor klasgenoot Ila. Deze verliefdheid staat zover van Yuki af dat haar vader moet uitleggen wat deze gevoelens voor Sem betekenen.
Heel knap beschrijft Koens hoe Yuki heen en weer beweegt tussen fantasie en realiteit en daarbij velt de schrijfster geen oordeel, beide zijn waardevol en vullen elkaar aan. Als Bommel durft Yuki meer en maakt ze optimaal gebruik van haar zintuigen. Ook het rennen als een hond geeft haar zoveel plezier dat ze daarna makkelijker stil kan zitten.
Onder het verhaal ligt de vraag naar de waarde van fantasie. Yuki voelt zich onbegrepen en daardoor waardeloos, maar gelukkig zijn er mensen in haar omgeving die daar anders over denken, bijvoorbeeld haar vader die mooi onder woorden brengt en laat zien hoe waardevol en leuk fantasie kan zijn. Yuki’s ouders reageren warm en met veel begrip op de daden van hun dochter, zonder daarbij de realiteit uit het oog te verliezen. Ze proberen Yuki echt te begrijpen, maar begrenzen ook waar dat nodig is. Dat helpt Yuki verder om haar weg tussen fantasie en realiteit te vinden. Hoe waardevol dat is blijkt als Yuki samen met Bommel een unieke manier vindt om het goed te maken met Sem.

Bommel en ik
Enne Koens met illustraties van Roozeboos
Luitingh-Sijthoff, 2025