4 tot 6 jaar
Wat ruik ik? Een beer! - Michael Rosen
Michael Rosen heeft veel kinderboeken en poëzie voor zowel kinderen als volwassenen geschreven. Hij kreeg daarvoor mooie prijzen, waaronder in april van dit jaar de prestigieuze internationale Hans Christian Andersen Prijs. De jury zegt over zijn werk: ‘Rosen’s writing reflects the rhythms of children’s language and thought, combining playfulness with emotional depth and social awareness’.
Zijn bekendste boek in Nederland is Wij gaan op berenjacht, een prentenboek dat in 1989 verscheen bij Gottmer en nog altijd in druk is. Hij maakte dit boek met de eveneens zeer succesvolle illustratrice Helen Oxenbury. Vorig jaar werkte ze na lange tijd weer samen aan een prentenboek. Het kreeg de titel Oh Dear, Look What I Got! De Nederlandse titel is Wat ruik Ik? Een beer! Het is opnieuw een stapelverhaal dat ontaardt in grote verwarring, waarna alles weer goed komt.
Een kind met een pet op en een boodschappentas aan de arm gaat met een duidelijke wens naar verschillende winkels. Hij wil een peen, een hoed, een jas, een taart, een stoel en een kop, maar hij krijgt iedere keer een dier. Zo komt hij aan een lawaaipapegaai, een kat, een geit, een slang, een beer en een hondje. Dat gaat niet goed als het hondje blaft naar de beer, die vervolgens op de slang trapt enzovoorts. Gelukkig wordt er midden in de chaos aan de deur geklopt en staan de verkopers op de stoep. Nu hebben ze wel wat het kind graag wil en gaan de dieren weer met de verkopers mee.
De vertaling is van Bette Westera en zij permitteert zich veel vrijheid. De oorspronkelijke tekst is eenvoudiger en bestaat uit vier herhalende zinnen met twee keer de uitroep Oh dear! aan het begin van de zin. Het kind is ook heel duidelijk dat hij niet heeft gekregen wat hij graag wilde en reageert elke keer met de woorden 'Oh dear, look what I got? Do I want that? No I do not.' Westera heeft in haar vertaling dingen toegevoegd en we kunnen daarom beter van een bewerking spreken. Die is overigens ook leuk, maar complexer dan het origineel. In het origineel gaat het kind naar de winkel om een peen te kopen en krijgt daar een papegaai. Westera geeft meer uitleg ‘Ik ging naar de winkel en vroeg om een peen. ‘De winkel gaat open om kwart over een. Maar deze is gratis.’ Hij maakt wel lawaai…’ Een lawaaipapegaai! Geweldig! Alleen… ik wilde een peen’. Bij ieder winkel vult Westera de tekst aan met eigen vondsten, zo krijgt het kind geen hoed omdat zijn pet hem al goed staat of wordt er geen taart verkocht in de maand maart. Opvallend is dat het kind niet altijd de ‘Oh dear’-reactie uit de originele tekst heeft. Zo vindt hij de papegaai ‘geweldig’, de kat ‘lief en zoet’ en is hij in zijn sas met de geit. Deze reactie komt niet overeen met de illustraties waarop we teleurgestelde verdrietige dieren zien.
De illustraties zijn toegankelijk en direct herkenbaar als het werk van Oxenbury. Dieren en mensen zijn realistisch en speels getekend, vaak tegen een witte achtergrond. Alleen in de winkels zien we meer van de omgeving. Oxenbury laat duidelijk zien wat de personages voelen. Ook zien we hoe de dieren op elkaar reageren. Zo duikt de kat direct op de slangenstaart waar de papegaai en de geit nog zichtbaar van de schrik moeten bekomen. Met de komst van de hond loopt het uit de hand en dat is geweldig in beeld gebracht.
Wat ruik ik? Een beer! is in de bewerking van Bette Westera een boek geworden waar het verband tussen tekst en beeld af en toe wringt. Westera voegt veel aan de oorspronkelijk tekst toe. Ze doet dit wel in een goed lopende rijmende tekst die lekker voorleest.
Wat ruik ik? Een beer!
Michael Rosen, vertaald door Bette Westera met illustraties van Helen Oxenbury
Samsara, 2026
![]() |
©
Helen Oxenbury |

