12 tot 15 jaar
De lotus en de waringinboom - Robin Raven
Robin Raven (1962) schreef meerdere boeken waarin de koloniale geschiedenis van Nederland een rol speelt. Hij schreef onder andere over Tula, de leider van de Curaçaose slavenopstand van 1795 ( De opdracht van Tula, Lemniscaat 2025) en over de Tweede Wereldoorlog en de jappenkampen in Indonesië (De laatste reis van Garoeda, Omniboek 2020). In De lotus en de waringinboom neemt de schrijver ons mee naar Java in het jaar 1948. Indonesië heeft zichzelf onafhankelijk van Nederland verklaard, maar Nederland erkent dit niet. De strijd voor onafhankelijkheid leidt tot gewelddadige acties aan beide kanten.
Jaap Klein, hoofdpersoon van het verhaal, weet niet veel van de strijd die gaande is als hij met zijn moeder aankomt in Soerabaja om zich bij zijn vader te voegen die directeur is van een grote suikerplantage. Hij verheugt zich op zijn nieuwe leven en is blij dat hij het grauwe naoorlogse Amsterdam achter zich kan laten en vooral dat hij van de jongens af is die hem dagelijks pestten. Op de boot leert hij meneer Quist kennen, een arts die ook op de suikerplantage zal komen werken en die het opvallend goed met zijn moeder kan vinden.
Jaap is erg onder de indruk van de schoonheid van het land en hij blijkt ook gevoelig voor de Javaanse mystiek die hij het sterkst beleeft in de nabijheid van de waringinboom en de naastgelegen vijver met daarin een lotusbloem. Jaap komt er al snel achter dat er in Indonesië andere regels en gewoonten gelden dan in Nederland. Zo is er een strenge scheiding tussen witte mensen en de inheemse bevolking. Jaap mag daarom niet spelen met Gus, de zoon van zijn vaders assistent, omdat hij een inlandse moeder heeft. En als Jaap verliefd wordt op Sita, een meisje uit de kampong, begrijpt hij inmiddels wel dat hij dit niet aan anderen moet vertellen. Al snel wordt duidelijk dat de strijd om onafhankelijkheid ook Jaaps leven raakt .
Raven verstaat de kunst om de complexe politieke situatie en het racisme van destijds terug te brengen naar het dagelijks leven van een jongen die hier weinig van weet. Jaap heeft in Nederland in het bioscoopjournaal wel beelden van de onafhankelijkheidsstrijd gezien, maar daar ging het met geen woord over de jonge mensen, de zogenaamde pemoeda's, die treinen en fabrieken aanvallen. Eenmaal in Indonesië blijft Jaap de buitenstaander die van verschillende kanten informatie krijgt. Meneer Quist is een communist en hij wijst Jaap op de ongelijkheid en de uitbuiting van de inlandse bevolking, Ook het meisje waar hij verliefd op wordt doet dat. Daartegenover staat Jaaps vader die met minachting spreekt over de Indonesiërs en ervan overtuigd is dat Nederland in zijn recht staat en daarom zijn belangen in de voormalige kolonie desnoods met geweld moet verdedigen. En dan is er Gus, kind van twee culturen die overal tussen staat en nergens bijhoort.
Raven weet informatie over de onafhankelijkheidsstrijd goed in balans te houden met het verhaal. De lezer leeft mee met Jaap die gewoon wil spelen met Gus en om wil gaan met Sita. Jaap verafschuwt het geweld waarmee hij in aanraking komt en dat Raven indringend beschrijft. Ook krijgt jaap te maken met de mystiek van het land.
De lotus en de waringinboom is een mooi, informatief en eerlijk verhaal over de nadagen van de koloniale tijd in Indonesië.
